spacer spacer spacer spacer spacer  
spacer
spacer > home > media > cijferterreur  faq zoeken contact
spacer
spacer
spacer








Bezocht door
bezoekers sinds 24/08/05.

Onderstaand artikel is onderdeel van een kleine selectie uit de media. De meningen in dit artikel worden niet noodzakelijkerwijs door Iederwijs gedeeld. Deze pagina heeft vooral als doel de maatschappelijke discussie rondom Iederwijs weer te geven.

Cijferterreur kwelt onderwijs

Volkskrant 24 augustus 2004
Peter Kooreman

Het basisonderwijs zucht onder de druk van toetsen en Cito-scores. Nieuwe scholen als Iederwijs kijken meer naar de ontplooiing van het kind, zegt Peter Kooreman.

Op het terrein van De Baak, het opleidingscentrum van werkgeversorganisatie VNO-NCW in Driebergen, bezochten zo'n dertig kinderen deze week voor het eerst een nieuwe school van Iederwijs. Ook in zes andere plaatsen starten deze maand nieuwe vestigingen van dit uit de Verenigde Staten overgewaaide schooltype.

De scholen van Iederwijs lijken de spot te drijven met alles wat in de onderwijswereld gebruikelijk is. Kinderen bepalen er zelf hoe ze de dag doorbrengen. Er zijn geen klassen, geen roosters, geen verplichte vakken, geen examens en geen diploma's. In plaats daarvan zullen kinderen door hun natuurlijke wens zich te ontwikkelen zelf aangeven wanneer en hoe zij leren, zo is de gedachte.

Het beschikbaar stellen van ruimte aan dit onconventionele initiatief door een werkgeversorganisatie leidde onlangs tot verbazing en afkeurende reacties in onder andere deze krant (Forum, 13 juli). En in antwoord op Kamervragen over Iederwijs liet minister Van der Hoeven eerder dit jaar weten te werken aan een nieuwe wet om de eisen te verduidelijken die zij aan particuliere scholen wil stellen.

Iederwijs-scholen worden niet bekostigd uit de overheidskas. Om voor bekostiging in aanmerking te komen moet een school aan veel voorwaarden voldoen. Zo moeten de 'kerndoelen' die de overheid voor basisscholen heeft geformuleerd en de toetsing daarvan centraal staan in het leerplan. Natuurlijk heeft de overheid de plicht om belastinggeld doelmatig te besteden. Maar om te kunnen nagaan of geld doelmatig besteed wordt, moet eerst vaststaan welk doel men met de besteding ervan wil realiseren. Eerst moet een andere vraag worden gesteld: Wat is het doel van basisonderwijs?

In de praktijk van het onderwijsbeleid wordt het antwoord gezocht door in de kerndoelen te omschrijven welke kennis en vaardigheden kinderen op verschillende leergebieden moeten hebben. Toetsen moeten dan het niveau van die kennis en vaardigheden zo goed mogelijk kwantificeren. Gecorrigeerd voor de sociaal-economische achtergrond en het startniveau van de leerlingenpopulatie geven toetsscores dan een indicatie van de doelmatigheid van een basisschool.

Maar de jaarlijkse kritiek op de Cito-toets en de groeiende belangstelling voor een onderwijsvorm als Iederwijs getuigen van de onvrede van veel ouders met een onderwijscultuur van toetsen en scoren. Deze ouders zien goede toetsscores hooguit als een aanvulling op het inzicht dat de leerkracht en zijzelf al hebben in de mogelijkheden en eigenschappen van hun kind. Zij omschrijven het doel van onderwijs in de eerste plaats in termen van ondersteuning van niet alleen de cognitieve, maar de totale ontplooiing van het kind. De ontwikkeling tot een evenwichtig individu dat een zinvolle plaats kan innemen in de samenleving, is het abstractere doel op de langere termijn dat daarbij voor ogen staat. Door managerial myopia van schooldirecties en beleidsmakers – een sterke en eenzijdige nadruk op kwantificering van leerprestaties en resultaat op de korte termijn – dreigen deze werkelijke doelen in de optiek van deze ouders in het gedrang te komen.

Zelfs wanneer men arbeidsmarktsucces en later verdiend inkomen ziet als het belangrijkste doel van basisonderwijs is er veel voor deze andere visie te zeggen. Recent onderzoek laat zien dat in zowel de Europese Unie als de VS toetsscores voor cognitieve vaardigheden aan belang inboeten bij de verklaring van arbeidsinkomen. Eigenschappen van werknemers zoals creativiteit, vermogen tot commitment en samenwerking, discipline en leiderschapskwaliteiten worden daarentegen belangrijker.

Daar komt bij dat er nog weinig inzicht bestaat in de effecten van verschillende pedagogisch-didactische systemen op leerlingen en hun latere positie in de samenleving. Dat is geen verwijt aan onderzoekers die op dit terrein actief zijn. Het is vooral een gevolg van de enorme complexiteit van de onderzoeksvragen en de zeer lange termijn waarover goed onderzoek zich zou moeten uitstrekken. Veel onderwijsbeleid ontbeert dan ook een deugdelijke wetenschappelijke onderbouwing. Een voorbeeld van een slecht onderbouwde maatregel is de verlaging van de leerplichtige leeftijd van zes naar vijf jaar in 1985. Sommig onderzoek suggereert dat het jonger intellectueel aanspreken van een kind juist averechts werkt op de cognitieve prestaties op latere leeftijd. Ook het effect van computers in de basisschool op leerprestaties is uiterst controversieel. Zolang wetenschappelijke consensus over het effect van ingrijpende veranderingen ontbreekt, doet de overheid er goed aan zich terughoudend op te stellen. Het dwingend opleggen – bijvoorbeeld via bekostigingsvoorwaarden – van pedagogisch-didactische eisen zonder de lange-termijn effecten daarvan goed te kennen is een riskante en onverstandige strategie.

Veel beter is het de diversiteit in het basisonderwijs te bevorderen en net als in het bedrijfsleven starters te steunen. Een initiatief als Iederwijs verbreedt het Nederlandse onderwijspalet op een niet eerder beproefde manier, vergroot de keuzemogelijkheden van ouders en kinderen en biedt nieuwe mogelijkheden om de lange-termijn effecten van verschillende pedagogisch-didactische visies te onderzoeken. Een moderne kenniseconomie moet onorthodoxe initiatieven en diversiteit koesteren, juist in het onderwijs.

Dan is de recente restauratie van het monument van de katholieke politicus Schaepman, strijder voor de vrijheid van onderwijs, onlangs aan de Driebergse hoofdstraat niet voor niets geweest.

 

Peter Kooreman is hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Groningen en bestuurslid van een Vrije School.

spacer spacer spacer spacer spacer site by vincken.net spacer
spacer spacer