 | In de eerste plaats moeten kinderen zich veilig voelen. Er moet geborgenheid zijn. Een kind dat geen houvast in de omgeving vindt gaat zichzelf vast-zetten. Als het zich niet veilig voelt gaat het die veiligheid zelf proberen te creëren. Het kan zich uiten in bijvoorbeeld agressief gedrag, terugtrekken in jezelf, wegdromen en het inzetten van de wel geziene kwaliteiten als overlevingsstrategieën om geaccepteerd te worden. |
Er ontstaan emotionele blokkades om helder naar iets te kunnen kijken. Het kind komt wat dit betreft niet tot werkelijke zelfontplooiing.
Een cultuur waarin het kind aan zijn lot wordt over gelaten is geen ondersteunende cultuur. Een cultuur waarin het kind wordt overspoeld met informatie is ook geen ondersteunende cultuur. Het kind kan niet de koppeling met zichzelf maken en wordt overvoerd.
Jan Geurtz maakt in zijn boek ‘Het einde van de opvoeding’ onderscheid tussen zorg en opvoeding. Zorg heeft met het nu te maken. Kinderen snappen dat en voelen dat aan, ze accepteren het. Het is ondersteuning voor wat ze nu nodig hebben.
Opvoeding heeft met later te maken, vanuit de beelden en angsten van de volwassene. Het kind moet nu al anders zijn omdat het later anders misschien mis loopt. Iederwijs geeft vanuit dit standpunt zorg, geen opvoeding.