You need Flash player 6 for Iederwijs.nl
spacer spacer spacer spacer spacer  
spacer
spacer > home > home > faq > visie  faq zoeken contact
spacer
spacer
spacer








Bezocht door
bezoekers sinds 24/08/05.

Vragen over de visie
 
1. Wat is het verschil met het traditionele vernieuwingsonderwijs zoals Montessori, de Vrije School, Jenaplan en Freinet?
De traditionele vernieuwers hebben ieder gekeken naar wat kinderen volgens hen nodig hebben, ieder vanuit een eigen invalshoek en ontstaan in hun eigen tijd. Veel vernieuwingsvormen zijn in de loop van de tijd geïnstitutionaliseerd, meer algemeen geworden en hebben zich in meerdere of mindere mate aangepast aan wat er vanuit de overheid en de omgeving gedacht werd.
Het verschil met Iederwijs kan alleen aangegeven worden in vergelijking met de huidige praktijk van het traditionele vernieuwingsonderwijs. Dit verschil zit in het loslaten van het einddoel dat door volwassenen bepaald is. Op deze manier creëren wij ruimte om echt te kunnen kijken wat er nu speelt.
Wij willen op deze manier naar kinderen kijken en kijken wat ze nodig hebben. Kinderen mogen zijn wie ze zijn en kunnen zich van daaruit verder ontwikkelen.
 
2. Waarin verschilt Iederwijs met de anti-autoritaire opvoeding? 
De anti-autoritaire opvoeding was meer een tegenreactie op de autoritaire opvoeding van die tijd ervoor. Er zat geen psychologische ondergrond onder. De volwassenen lieten de kinderen los, de kinderen waren de baas, zonder contact met elkaar. Er was geen geborgenheid. Kinderen voelden zich niet gezien en hadden ook niet de mogelijkheid om hun omgeving zo te maken zoals ze het wilden.
Iederwijs wordt in de media soms geassocieerd met de anti-auroritaire opvoeding. Het beeld is er dan één van Vrijheid met Onverschilligheid. Kinderen kunnen doen wat ze willen en worden aan hun lot over gelaten.
Bij Iederwijs bepalen de kinderen wat ze willen doen. Ze zijn de baas over zichzelf, maar niet over de ander. Kinderen krijgen van andere kinderen en iederwijzers positieve en negatieve feedback op hun gedrag en er worden grenzen aangegeven. Iederwijzers staan in contact met de kinderen en zijn betrokken bij wat er zich afspeelt. Ze ondersteunen kinderen in het verwoorden van hun (onderliggende) behoeften, waardoor ze elkaar kunnen zien, horen en begrijpen.
 
3. Is er verschil tussen Iederwijs en het Nieuwe Leren?

Het Nieuwe Leren is niet eenduidig omschreven. In de praktijk is het een veelkleurig geheel van allerlei scholen die meer van het kind uit gaan. Sommige mensen scharen Iederwijs onder het Nieuwe Leren, anderen niet. Het verschil zit dan met name in het door volwassenen gestelde einddoel.

 
4. Hoe gaan jullie om met de kerndoelen?
Wij volgen in de eerste plaats onze eigen inspiratie en die van de kinderen.
De kerndoelen zijn opgesteld om een indicatie te geven wat je in Nederland in het dagelijks leven in deze maatschappij nodig hebt om te kunnen functioneren. En dat is waar onze school over gaat: functioneren in het dagelijks leven.
De kerndoelen die meer gericht zijn op de cognitieve kennis en vaardigheden die in het dagelijks leven ook werkelijk nodig zijn, worden bij ons ruimschoots gehaald. Kinderen willen deze dingen leren omdat ze deze vaardigheden nodig hebben.
De zogenaamde overstijgende kerndoelen zijn de basis van onze school. Het gaat daarbij om een positief zelfbeeld, sociaal gedrag, werken volgens een plan, het gebruik van uiteenlopende leersstrategieën, werkhouding en nieuwe media. Ook deze worden ruimschoots gehaald. Niet omdat wij er gericht mee bezig zijn, maar omdat dit het gevolg is van een omgeving waar kinderen mogen leren wat ze willen leren.
 

5. Krijg je geen eigenwijze kinderen die alleen maar aan zichzelf denken?

“Nee, ik probeer juist allebei te doen. Èn aan mijzelf te denken én niet egoistisch te zijn. Dat vind ik één van de moeilijkste dingen van mijn leven. Dat is echt zo moeilijk. Ik denk dat als je begint met egoïstisch zijn, dat anderen dan ook egoïstisch zijn tegenover jou. Dan heb je er dus zelf alleen maar problemen mee.”
 
Onze kinderen weten wat ze zelf willen, komen daar voor uit en hebben geleerd om samen oplossingen te bedenken. Ze tonen respect voor anderen die hen in hun waarde laten.
Juist in deze benadering is er ruimte en tijd om naar elkaar te luisteren, om problemen met elkaar op te lossen. Je zit niet vast aan een lesrooster en als er een conflict is, is dat op dat moment het meest belangrijke om aandacht aan te besteden. Door deze ruimte leren kinderen naar zichzelf en naar de ander te luisteren. Het tegendeel is dus eigenlijk waar: onze benadering levert kinderen op die rekening houden met de ander, zonder zichzelf te vergeten.
 
6. Kunnen kinderen al kiezen?
Ieder kind kiest op zijn of haar niveau. Een baby kan al aangeven of het iets wil, het gaat huilen als er iets niet in orde is. Een meisje van zes jaar kiest of ze nu op de schommel wil of met haar vriendje zal gaan spelen. Een tiener van vijftien zal langzamerhand bezig gaan met welke vervolgopleiding hij zal willen doen. Als er geluisterd wordt zal het kind weten wat het nodig heeft en zijn bewustzijn blijven behouden.
Kiezen hoeft overigens niet alleen een bewust rationeel afwegen te zijn. Kiezen is ook het wel of niet benutten van kansen, nemen wat er voor je ligt, je gevoel volgen, met alle emotionele bewuste en onbewuste processen die hierin meespelen. Een belangrijk criterium voor wat er dan gekozen wordt, is of het plezier geeft! Plezier is één van de kenmerken van een goede Iederwijs-school.
 
7. Moeten kinderen dingen bij jullie op school?
In de Nederlandse taal heeft het woord ‘moeten’ twee betekenissen: moeten als iets wat is opgelegd en moeten als consequentie van iets.
Kinderen moeten dingen bij ons op school als consequentie van iets waar ze voor gekozen hebben. Als je gekookt hebt moet je ook de keuken opruimen, al dan niet samen met een begeleider en anderen. Als je de boormachine wilt gebruiken moet je instructies gehad hebben en ‘bevoegd’ zijn om dat te mogen doen.
Er zit een te begrijpen logica achter dit ‘moeten’. Het gaat om grenzen die we aangeven en om afspraken die met elkaar gemaakt zijn, zodat het fijn en veilig is en blijft om met elkaar te zijn.
Kinderen moeten op Iederwijs niet iets omdat het van bovenaf wordt opgelegd, zonder dat ze daar invloed op zouden kunnen hebben. Niemand vindt het fijn om in de ruimte ingeperkt te worden door iets waar hij het geen invloed op heeft.
Later in de maatschappij kunnen er dingen zijn die je gewoon moet doen. We denken echter niet dat het helpt dat de kinderen dan nu al dingen moeten, zodat ze er later ook mee om kunnen gaan. Integendeel, daarmee leren we kinderen dat er geen mogelijkheden zijn en ontwikkelen ze een houding van een slachtoffer zijn van de situatie! Inger (11 jaar) zei over ‘moeten’: “Van moeten leer je haten.”
We willen niet kijken naar de beperkingen van het moeten, maar naar de mogelijkheden die je wél hebt. Als je ergens voor kiest, neem je dan de minder leuke dingen erbij en neem je daar dan dus de verantwoordelijkheid voor? Of kijk je naar een oplossing waardoor je die dingen niet hoeft te doen (door bijvoorbeeld een taak te ruilen met iemand anders) of zorg je dat de minder leuke dingen wel leuk worden? Kinderen leren bij ons om hun eigen leven vorm te geven en te kijken naar mogelijkheden.
 
8. Kiezen kinderen niet steeds de gemakkelijkste weg?
Op Iederwijs hebben de kinderen de vrijheid om hun eigen activiteiten te bepalen. Je gaat die activiteiten doen die jou het meeste opleveren en meestal zijn dit juist die dingen waar je nog niet goed in bent, die je moet kunnen om verder te komen, of waar je last van hebt dat je ze juist nog niet kunt. Als je de vrijheid hebt word je juist geconfronteerd met die dingen waar je nog niet vrij in bent.
We zien keer op keer met welke intensiteit en met welk doorzettingsvermogen kinderen zichzelf verder willen ontwikkelen. De één leert de steile trap op te lopen, zodat hij niet steeds hoeft te vragen of iemand hem kan helpen, een ander speelt voortdurend spelletjes om te leren tegen zijn verlies te kunnen, weer een ander leert met zijn bazigheid om te gaan, en weer een ander krijgt op zijn (voor hem meest efficiënte) manier het rekenen onder de knie.
Hoe ze met een probleem omgaan hangt af van de intentie. Als je bijvoorbeeld een website wilt hebben kun je iets kopiëren en aanpassen, of iemand vragen om het voor je te doen. Als je zelf een website wilt bouwen en het echt wilt snappen hoe het werkt, kun je HTML of Java leren en het van daaruit opbouwen. Het hangt van je motivatie af welke weg je daarin kiest.
 
9. Voor welke kinderen is Iederwijs?
“Gewoon, voor gewone kinderen’, antwoordde Pepijn (9) op die vraag. In principe is Iederwijs voor alle kinderen. Kinderen met een etiket als hoogbegaafd, hoog-sensitief, nieuwetijdskind of anders zijn bij ons ook welkom, alleen zullen ze binnen Iederwijs niet zo genoemd worden. Dit soort etiketten kunnen hun functie hebben in een maatschappij of systeem waar deze kinderen tegen de beperkingen van het systeem oplopen maar binnen Iederwijs kijken we gewoon naar het kind.
Iederwijs werkt alleen als ouders achter de opvattingen van Iederwijs staan. Dit geldt voor iedere vorm van onderwijs. Het kind krijgt anders dubbele boodschappen van thuis en school en kan niet ondersteund worden in zijn of haar ontwikkeling en de problemen die het tegenkomt.
De basisprincipes van onze school gelden voor iedereen: je geaccepteerd en gewaardeerd voelen, invloed hebben op je eigen situatie, duidelijkheid, mogelijkheden hebben om te groeien. Een voorwaarde is dat de omgeving veilig is en blijft voor iedereen. Dit betekent dat het kind de verantwoordelijkheid voor zijn gedrag moet kunnen dragen en aangesproken kan worden op zijn gedrag.
Het is afhankelijk van de school, de ouders en het kind waar hierin de mogelijkheden en de grenzen liggen.
Vaak wordt voor Iederwijs gekozen als de kinderen op hun huidige school niet vinden wat ze nodig hebben. Er zijn echter ook kinderen waarbij dit niet opvalt. Ze passen zich aan, halen goede cijfers, stellen geen lastige vragen. Ze zijn misschien het contact met zichzelf kwijt geraakt. Zij zijn misschien wel meer slachtoffer dan kinderen die wél voor zichzelf opkomen, maar krijgen dan het etiket ADHD of een andere leerstoornis. In termen van de onderwijskunde: een onderwijsleerprobleem.
 
10. Neem je geen risico als je je kind naar Iederwijs laat gaan; kan het fout gaan?
De vraag is wat je wilt. Iederwijs gaat over zelfvertrouwen, communicatie en samen creëren. Het gaat in eerste instantie om een houding.
Iederwijs werkt niet als er van thuis uit andere verwachtingen liggen. Het vraagt van de ouders een zorgvuldige keus of je voor Iederwijs kiest en voor welke Iederwijs-school je kiest.
Daarnaast ben je er als ouder ook bij. Je kunt de zorgen over je kind met de school bespreken, niet om het kind te gaan sturen, maar om het te begrijpen en te kijken welke rol je daar zelf in speelt.
spacer spacer spacer spacer spacer site by vincken.net spacer
spacer spacer