spacer spacer spacer spacer spacer  
spacer
spacer > home > algemeen > inspiratiebro > de sudbury  faq zoeken contact
spacer
spacer
spacer








Bezocht door
bezoekers sinds 24/08/05.

De Sudbury Valley School
 
De Sudbury Valley School is een school waar kinderen vrij zijn. De school is opgericht in de Verenigde Staten in 1968, er is inmiddels meer dan 35 jaar ervaring.

 

De fundamenten van de school:
  • alle mensen zijn van nature nieuwsgierig
  • leren gemakkelijk als mensen zelf het initatief nemen
  • mensen die vrij zijn, zijn creatief en ontplooien hun talenten
  • door de leeftijdsmix groeien alle leden van de groep
  • vrijheid is essentieel voor persoonlijke verantwoordelijkheid

 

Leerlingen die van de school af komen zijn zeer gewild bij universiteiten en hogescholen, functioneren uitstekend in de maatschappij en zijn gewaardeerde, verantwoordelijke werknemers.
 
Voor meer informatie: www.sudval.org
 
Er wordt binnen Iederwijs dankbaar gebruik gemaakt van hun ervaringen en inzichten. Hun moed om te blijven staan en hun eigen school op te zetten inspireert veel mensen. 
 
In de loop van de tijd is gebleken dat we binnen Iederwijs ook andere mogelijkheden zien in het benaderen van kinderen en leren. We maken binnen Iederwijs bijvoorbeeld gebruik van sociocratie in plaats van democratie en we maken geen gebruik van een rechtssysteem voor het oplossen van conflicten.
 
We hebben van hun grote hoeveelheid aan publicaties een selectie gemaakt, dit vertaald en uitgegeven als boek. Het boek is een samenstelling van hun meest inspirerende artikelen en publicaties. Het geeft een algeheel beeld van de school, gezien vanuit verschillende invalshoeken.
 
De Vrijheid van de Sudbury Valley School
Vijfendertig jaar ervaringen en inzichten
Daniel Greenberg en anderen
Uitgeverij AstarteISBN 90-8073668-2-1
De vrijheid van de Sudbury Valley School
Hoofdstuk uit het boek: Rekenen  
 
Er zat een dozijn jongens en meisjes voor me in de leeftijd van negen tot twaalf jaar. Een week geleden hadden ze mij gevraagd om hen rekenen te leren. Ze wilden leren optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen en de rest.
"Jullie willen het niet echt doen," zei ik toen ze me voor de eerste keer benaderden.
"Wij willen het wel, we weten zeker dat we het wel willen," was hun antwoord.
"Jullie willen het niet echt," bleef ik aanhouden. "Jullie omgeving, je vrienden, je ouders, of je familie willen misschien dat je dit leert, maar jullie willen eigenlijk veel liever spelen of iets anders doen."
"Wij weten wat we willen, en we willen leren rekenen. Leer het ons en we zullen het bewijzen. We zullen al het huiswerk doen en we zullen zo hard werken als we kunnen."
Ik moest toen wel toegeven, maar ik bleef sceptisch. Ik wist dat het aanleren van rekenen zes jaar duurde in gewone scholen en ik was er zeker van dat hun interesse zou verflauwen na een paar maanden. Maar ik had geen keus. Zij hadden mij in een hoek gedrukt.
Een verrassing zou volgen.
 
Mijn grootste probleem was het gebruik van een tekstboek als leidraad. Ik was betrokken geweest bij het ontwikkelen van de 'nieuwe wiskunde' en ik was het gaan haten. Toen we daarmee bezig waren - als jonge academici van het Kennedy post-Spoetnik tijdperk - hadden we al onze twijfels. Wij waren vervuld van de schoonheid van abstracte logica, van cijfer theorie en alle andere exotische spelletjes die mathematici hebben gespeeld door de millennia heen. Ik denk dat als we een opzet hadden moeten maken voor een cursus landbouwmethodes voor boeren, dat we waren begonnen met organische chemie, genetica en microbiologie. Gelukkig voor de hongerige wereld dat we daarvoor niet gevraagd zijn.
Ik ben de beweringen en de diepzinnigheid van de 'nieuwe wiskunde' gaan haten. Nog niet één van de honderd wiskunde-leraren wist waar het over ging en niet één van de duizend leerlingen. Mensen hebben wiskunde nodig om te rekenen; ze willen weten hoe ze het gereedschap moeten gebruiken. Dat is wat mijn leerlingen wilden weten.
Ik vond een boek in de bibliotheek, perfect geschikt voor de taak die ik op me genomen had. Het was een basisrekenboek, geschreven in 1898. Klein en dik, boordevol met duizenden opgaven, bedoeld om de jonge geesten te trainen om de basistaken snel en accuraat uit te voeren.
 
De les begon - op tijd. Dat was een deel van de overeenkomst. "Jullie zeggen dat je het serieus wilt?", had ik gevraagd om ze uit te dagen: "Dan verwacht ik dat jullie op tijd in het lokaal zijn - 11.00 uur precies, iedere dinsdag en donderdag. Als je vijf minuten te laat bent: geen les. Als je twee lessen mist - helemaal geen les meer voor jou." "Akkoord", hadden ze gezegd, met een glinstering van plezier in hun ogen.
De grondbeginselen van het optellen duurde twee lessen. Ze leerden alles op te tellen - lange smalle kolommen, korte brede kolommen, lange dikke kolommen. Ze maakten dozijnen sommen. Aftrekken duurde ook twee lessen. Het had er één kunnen zijn, maar er was extra uitleg nodig voordat iedereen het 'lenen' doorhad.
Op naar vermenigvuldigen en de tafels. Iedereen moest de tafels uit het hoofd leren. Ieder kind werd keer op keer gevraagd. Eerst de regels en daarna de praktijk.
Zij waren opgewekt, allemaal. Al proberend leerden ze de technieken en de algoritmes beheersen, ze konden tot in hun botten voelen hoe het een deel van henzelf werd. Honderden en honderden sommen, rekenspelletjes, mondelinge overhoringen; de materie werd in hun hoofden gestampt.
En ze bleven komen, ieder van hen. Ze hielpen elkaar wanneer het nodig was, ze zorgden ervoor dat de lessen voor de klas door konden gaan. De twaalfjarigen en de negenjarigen, de leeuwen en de schapen, ze zaten vredig naast elkaar in harmonieuze samenwerking - geen pesten, geen schaamte.
Delen - lange staartdelingen. Breuken. Decimalen. Procenten. Vierkantswortels.
Ze kwamen om 11.00 uur precies, bleven een half uur, en gingen weg met huiswerk. Ze kwamen de volgende keer terug met al het huiswerk af. Ieder van hen.
In twintig weken, na twintig lesuren, was het gedaan. Stof van zes jaar. Ieder van hen beheerste het blindelings.
We vierden het einde van de lessen met een groots feest. Het was niet de eerste keer en was ook niet de laatste keer, dat ik verbaasd stond van het succes van onze gekoesterde theorieën. De theorieën hadden hier ook weer met kracht gewerkt. Misschien had ik voorbereid moeten zijn op wat er gebeurde, op wat op een wonder leek. Een week nadat het afgelopen was sprak ik met Alan White, die jarenlang een elementair wiskunde-specialist geweest was in de overheidsscholen en op de hoogte was van de laatste en beste pedagogische methodes.
Ik vertelde hem het verhaal van mijn lessen.
Hij was niet verrast.
"Waarom niet?" vroeg ik, verbaasd over zijn reactie. Ik was nog steeds opgewonden van de snelheid en de grondigheid waarmee mijn 'dozijn' had geleerd.
"Omdat iedereen weet," antwoordde hij, "dat de stof zelf niet zo moeilijk is. Wat het moeilijk maakt en eigenlijk onmogelijk, is om de stof in de hoofden van kinderen te stampen die iedere stap haten. De enige manier waarmee het een schijn van kans kan hebben is het erin te hameren, beetje bij beetje, iedere dag, jarenlang. En zelfs dan werkt het nog niet. De meesten van de 12-jarigen zijn analfabeten. Geef me een kind die het wil leren - en dan klinkt twintig uur of zo redelijk."
Ik denk dat dat klopt. Het heeft sindsdien nooit méér tijd gekost.
 
Deze tekst komt uit het boek De Vrijheid van de Sudbury Valley School, een vertaling van de meest inspirerende artikelen van de Sudbury Valley School (www.sudval.org) , vertaald door Iederwijs ( www.iederwijs.nl ). Je mag deze tekst kopiëren en verspreiden, als je de bronvermelding erbij zet.
spacer spacer spacer spacer spacer site by vincken.net spacer
spacer spacer