De dag bestaat verder uit een stroom van activiteiten: kinderen verkleden zich, ze ontmoeten elkaar op de trampoline, ze schilderen, ze maken sommen uit een rekenboek, er wordt aan elkaar voorgelezen, ze zoeken informatie over vuilverbranding op het internet, ze doen inkopen voor de pizza die ze gaan bakken, ze vertalen een tekst in het Latijn, ze zijn de hele dag verdiept in een spannend boek, ze lossen een conflict op, ze bouwen een hut, ze kalligraferen een gedichtje, ze eten rustig hun boterham op en kijken wat er om hen heen gebeurt, ze maken een afspraak voor de geschiedenisles voor de volgende dag, ze regelen een stage-adres, ze krijgen gitaarles, er wordt muziek gemaakt op het keyboard, ze rekenen uit hoe groot de zon is, enzovoorts, enzovoorts.
Er is een sfeer van ontspannen activiteit, waarbij er een natuurlijk verloop is van intensiteit en rust.
De kinderen eten op hun eigen moment. Soms alleen, maar vaak samen met anderen. Het vraagt meestal tijd om gewend te raken aan het luisteren naar je eigen suikerspiegel, maar uiteindelijk is het natuurlijk.
Aan het einde van de dag komen de ouders de kinderen ophalen. De kinderen ruimen hun spullen op en gaan naar huis (niet zelden onder protest).
De begeleiders bespreken de dag na, en besteden aandacht aan hoe de dag is verlopen, wat ze bij kinderen hebben ervaren, wat ze bij zichzelf hebben gezien, wat wel en niet werkte, hoe het anders zou kunnen en waar ze van genoten hebben.